The Art Newspaper | Londen

De Zuid-Aziatische Chila Kumari Singh Burman versierde in opdracht van Tate Britain de neoklassieke gevel van het museum. Het werd een vrolijke installatie, die samenviel met Diwali, het hindoefeest van duizend lichtjes. ‘Achter elke decoratie zit een reden.’

Chila Kumari Singh Burman, wier ouders uit de Punjab kwamen, maar geboren is in Liverpool, verkent al meer dan veertig jaar haar Brits-Indiase achtergrond, plus wat zij beschrijft als ‘de ervaringen en esthetiek van Aziatische vrouwelijkheid’. Haar uitbundige werk omvat schilderijen, prints, collages, fotografie en performances: Bollywood-bling ontmoet popart, met uitbundige kleuren, glitter en een uitdagende weigering om zich te laten beperken tot één enkele benadering of interpretatie. Burman was in de jaren tachtig lid van de Britse Black Art-beweging en een van de eerste Zuid-Aziatische vrouwen die politieke kunst maakte in het Verenigd Koninkrijk. Haar werk is nog steeds doordrenkt met boodschappen over vrouwelijk empowerment en de wens om meerdere culturele verbanden en identiteiten te verkennen, zoals te zien is in haar huidige werk op de gevel van het Tate Britain. Ze heeft het gebouw gehuld in kaleidoscopische referenties, van Indiase mythologie tot George Orwell, via de negentiende-eeuwse ‘Warrior Queen’, de vrijheidstrijdster Jhansi ki Rani, en de horentjes die Burmans vader vanuit zijn ijscowagen verkocht.

Wat is de gedachte achter uw Tate Britain-opdracht?

‘Het zou mooi zijn als mensen zeggen: “Wow, is dat echt het Tate Britain?” Maar ik wil het ook hebben over mijn positie als Zuid-Aziatische vrouw die opgroeide als een Punjabi uit Liverpool, mijn interpretatie laten zien van de traditionele en populaire Indiase cultuur, de neoklassieke façade van het museum doorbreken en alles door elkaar mengen. Chaos in de orde brengen. Of het nu met fotomontages, collages, schilderijen, delen van mijn etsen of tekeningen op de iPad zijn.

Er zitten allerlei elementen uit mijn verleden in: de neonreclame van de Bengaalse tijger die op de ijscowagen van mijn vader stond, een pauw zoals die in hindoetempels rondlopen en ikzelf die een Shotokan-vechtsportsprong maak. Samen met Britannia bovenaan het fronton van het Tate heb ik een figuur van een Bollywood-actrice met geheven vuist gezet, die op het omslag van Mukti komt, een tijdschrift voor Zuid-Aziatische vrouwen dat ik in de jaren tachtig mede heb opgericht. Zij is mijn versie van Kali, de godin van de schepping en de vernietiging, en daar heb ik de woorden “I’m a Mess” aan toegevoegd, die ik ooit op een badge zag staan – want het is een puinhoop in Groot-Brittannië op dit moment, nietwaar?

Werk van Chila Kumari Singh Burman © Tate 2020/Joe Humphrys