The Guardian | Londen

Ojok Okello maakt van zijn verwoeste dorp een groene stad waar sociale ondernemingen op een verantwoorde manier de sheaboom exploiteren.

Na meer dan tien jaar oorlog in het noorden van Oeganda lag het dorp Okere Mom-Kok volledig in puin. En nu joelen vlak voor de deur van Ojok Okello de kleuters bij hun opvang en komen een markt en de plaatselijke bierbrouwerij met veel kabaal op gang: Okere City, zoals het dorp inmiddels heet, begint aan een nieuwe dag.

‘Ik denk dat ik hier bezig ben met een radicale omwenteling,’ zegt Okello, de drijvende kracht achter een ambitieus project om van het verwoeste dorp met vierduizend inwoners een bloeiende en duurzame stad te maken.

Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie – een zeldzaamheid in de regio – en aan de veelvuldige cholera-uitbraken van weleer is een einde gekomen dankzij schoon water uit een boorput.

Leerlingen betalen hun schoolgeld half in contanten en de rest in de vorm van mais, bonen, suiker en brandhout. De kliniek laat mensen hun rekeningen in termijnen voldoen. De plaatselijke veiligheidsbeambte loopt rond met een speer, een ongebruikelijk schouwspel op een plek waar veel mannen maar wat rondhangen terwijl het meeste betaalde en onbetaalde werk door vrouwen wordt verricht.

Okello betaalt het project uit eigen zak. Vorig jaar was hij er tweehonderd miljoen Oegandese shilling aan kwijt, zo’n 45.000 euro. Hij is afgestudeerd aan de London School of Economics en heeft als ontwikkelingsexpert voor diverse internationale hulporganisaties en ngo’s gewerkt, maar hij zegt gedesillusioneerd te zijn geraakt doordat hij projecten heeft zien mislukken omdat lokale gemeenschappen niet bij beslissingen over hun eigen toekomst werden betrokken.

Toen hij een paar jaar geleden terugkeerde naar Okere Mom-Kok, in de hoop nog verre familie aan te treffen in het dorp dat hij had verlaten toen zijn vader, die ambtenaar was, werd gedood tijdens de jungleoorlogen van de jaren tachtig, besloot hij datgene wat hij had geleerd in praktijk te brengen. Hij wilde een project opzetten dat echt werd geleid door de plaatselijke bevolking.