Guernica  | New York

Auteur Traci Brimhall wordt in het hospice waar zij vrijwilligerswerk doet gegrepen door hoe iemand de boeketten van haar moeders begrafenis gebruikt om honderd dagen lang nieuw leven uit gedroogde bloembladeren te toveren.

Ik scheur de harten in stukken en laat ze snipper voor snipper in de blender vallen. Soms trek ik het papier rond bepaalde woorden los en andere keren scheur ik zomaar wat en zie de geometrische vormen kleiner worden. Ik doe er water bij. Dan het harde zoemen van het mes dat de oude liefdesbrieven vol aanbidding en verontschuldigingen tot verse pulp vermaalt.

Jaren geleden kwamen de briefjes, met viltstift beschreven roze harten, uit een prentenboek gevallen. Ik had voor mijn zoon een verhaal over een panda met een gestreept broekje en een rode parasol gekocht en toen ik de glanzende pagina’s opensloeg, vielen daar zowaar veertig harten van tekenpapier in verschillenden tinten roze uit. De kleinste zijn slechts gekleurd en hebben die klassieke vorm. Op de iets grotere staan stukjes tekst, met de verering die daaruit spreekt: ‘jouw stem’, ‘jouw haar’, ‘jouw geluk’. Hoe groter het hart hoe uitgebreider de boodschap. De verliefde vertelt de geliefde hoeveel hij of zij van hem of haar houdt. De verliefde bedankt de geliefde voor alle zorgzaamheid en omdat die ook zo graag Animal Crossing speelt. De verliefde zegt zich altijd te zullen verheugen op netflixen in ondergoed en met bloody mary’s.

Ik geniet meer van de specifieke dingen van hun relatie dan van de algemene liefdesbetuigingen, maar op het moment dat de harten in mijn schoot dwarrelen, weet ik: deze vondst in een verkocht boek betekent dat de liefde voorbij is. De stem van de beminde fluistert nu lieve woordjes tegen iemand anders. In het haar woelen nu de vingers van een ander. Of misschien niet. Misschien giet de geliefde nu tomatensap en wodka in een thermosfles en rijdt naar de bergen om alleen van de zonsopkomst te gaan genieten. Zo lagen oude briefjes van andermans liefde over mijn benen verspreid, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te gooien en daarom legde ik ze boven in de kast van mijn zoon. Het geschenk tussen verliefde en geliefde was voor een paar dollar verkocht, de boodschappen erop waren vergeten. Natuurlijk vond ik dat ik geen recht had op de intieme zielenroerselen van een ander, maar deze onbekenden hadden ooit hoopvol lief-gehad en ik wilde dit deel van hun verhaal tot een ander einde brengen.

Catalogus van rouw

Iemand in mijn hospice-vrijwilligersgroep stuurt een artikel over bloemen als rouwritueel door en zo ontdek ik Janet. In het stuk lees ik hoe Janet de gedroogde bloemen van haar moeders begrafenis gebruikt om honderd dagen lang elke dag een nieuwe compositie te maken. Elke dag creëert ze met de bloemblaadjes en stengels een nieuwe vorm, maakt daar een foto van, haalt het dan allemaal uit elkaar en bergt de gedroogde stukjes bloem weer op. Ik begin haar Instagramaccount te volgen en verlang telkens weer naar de schok van oude rozen die tot vogels zijn gemaakt of geplette anjers die zijn veranderd in de segmenten van een rups die zich van een tak verheft.

Je ziet vaak vogels en insecten als verschijningsvormen van de doden. Alles wat vliegt, van monarchvlinders tot Emily Dickinsons bromvlieg is wel eens met de dood geassocieerd, maar het mooie van Janets werk is dat die verschijningen als het ware iets oproepen: een nieuw leven uit een gedroogd bloemblad. Haar honderd dagen voelen als een catalogus van rouw.

Het werk lijkt zo snel te veranderen: op sommige dagen speelt ze met de schaduwen die de verschillende gedroogde bloemen werpen; op andere maakt ze abstracte vormen. Tegen het eind van haar project worden haar creaties figuratiever. Sommige natuurmaterialen kiest ze vaker, zoals een blad dat ze net zo lang gebruikt tot het in stukken breekt. Sommige kapotte stukken worden opzijgeschoven, andere krijgen een nieuwe toepassing: een blad dat zo is verkruimeld dat alleen de harde nerven overblijven, wordt opeens een vogelklauw. Ik vind het prachtig dat er niets wordt verspild. Alles is rijp voor transformatie.