Süddeutsche Zeitung | München 

Sinds 2011 vecht het Syrische regime tegen het eigen volk. Nu staan in Duitsland voor het eerst oorlogsmisdadigers voor de rechter. Over een historisch proces en de grijze gebieden tussen goed en kwaad.

In Berlijn, 2800 kilometer een een vlucht verwijderd van het vaderland, in het land waarin hij eindelijk veilig meent te zijn, haalt de oorlog hem op een winterdag in 2014 weer in. De mensenrechtenadvocaat Anwar al-Bunni had Syrië moeten verlaten omdat hij voor zijn leven vreesde; sinds een of twee weken wonen hij en zijn vrouw in het opvangcentrum voor asielzoekers in Berlin-Marienfelde. En daar blijft zijn blik op zeker moment rusten op een bewoner die hem wat dikker lijkt dan eertijds in Syrië. ‘Hij had ook minder haar, en een bril op. Ik kon hem niet meteen thuisbrengen,’ vertelt al-Bunni nu. Wie is die man met die levervlek onder het linkeroog?

Twee dagen denkt al-Bunni daarover na, dan schiet het hem weer te binnen: die man is Anwar R., op het laatst kolonel van de Syrische Staatsveiligheidsdienst, in het jaar 2006 nog leider van een commando dat al-Bunni ontvoerde. Hij is de man die al-Bunni naar een gevangenis liet brengen waar hij bedreigd, geslagen en bijna om het leven gebracht werd. Vijf jaar gevangengezet, officieel wegens ‘in gevaar brengen van de nationale eer’. In feite werd al-Bunni gestraft omdat hij tegenstanders van het regime voor de rechtbank had verdedigd en te luid de rechten had opgeëist waarop zijn lastgevers zich volgens de Syrische grondwet konden beroepen.

Al-Bunni kwam de man nog een paar keer tegen in Berlijn, bijvoorbeeld bij de uitgifte van maaltijden en later in een goedkope meubelzaak. Al-Bunni is er zeker van dat Anwar R. hem ook herkende. ‘Ik was beroemd in Syrië,’ zegt hij, en inderdaad zijn op het internet veel foto’s te vinden die hem tonen bij processen of met buitenlandse gasten. Zijn gezicht was destijds iets voller, net als zijn kruin en zijn baard. In zijn kleine kantoor op een binnenplaats in Prenzlauer Berg heeft hij geen herinneringen aan die tijd opgehangen. Het verleden is ook zonder beelden altijd aanwezig – en dat zal alleen nog maar toenemen wanneer al-Bunni in een historisch proces zal worden behandeld. Als het daar zijn folteraar zal inhalen.

Achter blinde muren

Sinds de toevallige ontmoeting met Anwar R. heeft al-Bunni een nieuw doel om voor te leven. Toen in 2015 honderdduizenden Syriërs zoals hij naar Duitsland kwamen, lieten ze weliswaar de oorlog achter zich, maar niet de conflicten die buurten, vriendenkringen en zelfs families verscheurden. De 2800 kilometer tussen het oude en het nieuwe vaderland kunnen veel in het leven veranderen, maar niet alles. Sommigen blijven sympathiseren met oppositionele groepen, anderen blijven nog altijd trouw aan het regime. De naar Duitsland gevluchte mensen zijn in de eerste plaats slachtoffers van de oorlog, maar er zitten ook daders tussen. Syriërs die in naam van de staat of als lid van milities misdaden begaan hebben. Niet lang na zijn toevallige ontmoeting met Anwar begint al-Bunni naar deze mensen te zoeken.

Anwar R., nu 57 jaar oud, zou verantwoordelijk zijn voor minstens 4000 gevallen van marteling en 58 doden. Hij verliet Syrië eind 2012 en kwam in juli 2014 in Duitsland aan. Bijna zes jaar later wordt hij hier voor de rechter gebracht. Vanaf 23 april zal hij samen met Eyad A., ook lid van de Syrische geheime dienst, voor een Duitse rechtbank staan. Het proces bij het gerechtshof in Koblenz zal geschiedenis schrijven: het is wereldwijd de eerste keer dat handlangers van de Syrische president Baschar al-Assad verantwoording af moeten leggen voor martelingen in opdracht van de staat.

Bijna 100.000 mensen liet het regime sinds het uitbreken van de opstand in gevangenissen verdwijnen. Het lot van tienduizenden is nog onzeker. Minstens 18.000 mensen werden terechtgesteld of doodgemarteld, berichten organisaties als Amnesty International of het Syrische netwerk voor mensenrechten. Die daden werden begaan achter blinde muren, maar overlevenden kunnen ze geloofwaardig afschilderen.

Ook naar die mensen is al-Bunni op zoek. Om hun verhalen te documenteren – en om ze te overreden zich als getuigen ter beschikking te stellen van de Duitse Justitie. Zodat het proces tegen Anwar R. zal slagen en er meer soortgelijke processen zullen volgen.

Voor zijn zoektocht maakt hij gebruik van Facebook en van zijn netwerk in de offline wereld. Tijdens onze ontmoeting in Berlijn, rinkelt Al-Bunni’s telefoon bijna net zo vaak als hij trekjes neemt van zijn e-sigaret. Hij verdient niets met dit werk. Om reizen naar getuigen en andere onkosten te kunnen financieren is hij aangewezen op ondersteuning door mensenrechtenorganisaties.

Het gaat hem niet om wraak, zegt al-Bunni, zelfs niet in het geval van Anwar R. Hij wil ooit weer terugkeren naar een fatsoenlijk en democratisch Syrië, en zo’n land kun je alleen met gerechtigheid opbouwen. ‘Ik wil verhinderen dat oorlogsmisdadigers een rol kunnen spelen in de toekomst van het land,’ roept de tengere 61-jarige man uit, en van opwinding slaat hij op de tafel. “Hun daden zijn gedocumenteerd. Niemand moet met hen om kunnen gaan!’