Der Spiegel | Hamburg

Derek was vroeger kroonprins van extreemrechts Amerika. Vandaag voelt hij zich medeverantwoordelijk voor de zegetocht van Donald Trump, en vecht hij tegen de haat. Hoe is zijn gedachtegoed veranderd? En wat was daarin de rol van zijn omgeving?

De rechtsradicalen ontmoeten elkaar op een geheime plek, waar ze niet gestoord kunnen worden door demonstranten, waar de pers ze niet vindt. In een hotel van vier verdiepingen langs een snelweg in Memphis, een stad in het zuidoosten van de VS.

Het is november 2008: enkele dagen geleden werd Barack Obama gekozen als de eerste zwarte president van het land. De mensen in dit hotel zijn geschokt. Naar hun mening is de VS van de blanken, dus van hen.

Rechtsradicalen uit het hele land zijn hierheen gereisd, onder hen holocaustontkenners en voormalige leiders van de Ku Klux Klan. Maar de meeste aandacht krijgt een negentienjarige jongeman.

De jonge tiener Derek Black is in deze kringen een beroemdheid. Hij heeft zijn eigen radioshow, waarin hij racistische theorieën propageert. Op zijn website probeert hij kinderen te enthousiasmeren voor rechtsradicale ideeën. Kort geleden won hij zelfs een lokale verkiezing in zijn woonplaats West Palm Beach in Florida. Derek is zo succesvol dat leidende rechtsextremisten in de VS hem ‘the heir’ noemen: de erfgenaam.

Er bestaat een geluidsopname van de bijeenkomst waarop te horen is hoe Derek aan de microfoon komt. De blanken in de VS worden bedreigd, zegt hij. Er bestaat maar één manier om ze te beschermen: ze moeten de politiek in. ‘We kunnen infiltreren. We kunnen het land politiek terugwinnen.’

Een sympathisant in het Witte Huis

Sindsdien zijn bijna twaalf jaar voorbijgegaan. Intussen is Donald Trump president van de VS: een man met racistische oneliners die onder de rechtsextremisten die in Charlottesville demonstreerden ‘heel goede mensen’ zag. De blanke nationalisten hebben een sympathisant in het Witte Huis. En niet alleen daar.

Wereldwijd zitten er intussen rechtsradicalen in parlementen. En overal ter wereld twisten hun tegenstanders over de vraag hoe ze met hen om moeten gaan. Moet je ze isoleren en aan de kaak stellen? Of moet je proberen ze tegemoet te komen, zodat ze niet nog verder afdrijven? Dit verhaal geeft daarop een mogelijk antwoord.

Het heeft jaren geduurd om een ontmoeting met Derek Black te regelen. Hij meed de openbaarheid, wantrouwde journalisten. Maar in de herfst van 2019, drie jaar na de eerste poging tot contact, stemt hij in met een gesprek. De eerste van meerdere ontmoetingen vindt plaats in een café in Washington DC. Derek komt hier vaak heen om aan zijn dissertatie te schrijven. Het is een trefpunt van de links-liberale bohème. Zwarte hipsters tikken op hun laptops, een serveerster die fysiek duidelijk ooit een man was, serveert koffie met opgeschuimde melk. Derek wekt de indruk een nieuweling te zijn in deze omgeving. En dat is hij ook. Hij komt uit een Amerika dat vooral één ding is: blank.