Financial Times | Londen

Frits Veerman probeerde de Nederlandse autoriteiten herhaaldelijk te waarschuwen voor de verdachte activiteiten van zijn collega Abdul Khan. Hij werd genegeerd en uiteindelijk ontslagen. In een onlangs verschenen rapport komt de ware toedracht boven tafel.

Begin jaren zeventig deelde de Nederlandse technicus Frits Veerman een groot bureau in een lab in Amsterdam met een charmante Pakistaanse wetenschapper genaamd Abdul. Op een dag zei Veerman dat hij graag Pakistan zou willen bezoeken. Hij vroeg of hij een paar nachten bij het gezin van zijn collega mocht logeren. Abdul – wiens volledige naam Abdul Qadeer Khan luidt – antwoordde dat de Pakistaanse regering zijn reis zou betalen. Op dat moment begon Veerman te vermoeden dat Khan eropuit was Nederlandse nucleaire geheimen te stelen.

Alles wees erop. Veermans was fotograaf en hij had ooit dagen achtereen met Khan doorgebracht om ultracentrifuges te maken, de apparaten die werden gebruikt ter verrijking van uranium. Hij had tekeningen van centrifuges en geheime rapporten in Khan’s woonkamer zien liggen. En Khan vertrouwde hem ooit toe dat zijn grote gouden ring zijn ‘zakcentje [was] voor als ik ooit snel ergens heen moet’.

Hoe voelde Veerman zich toen hij begreep hoe het zat? ‘Bang,’ antwoordt hij. Hij is nu in de zeventig, met kort donker haar en een bril zonder montuur, en eet pasta op het terras van een restaurant in Antwerpen, België, waar we elkaar ontmoeten. Als je zijn beroep zou moeten raden, zou je zeggen: gepensioneerd technicus. Hij is een Nederlander uit de provincie, wiens leven vanwege nucleaire spionage ontspoorde.

Als er toen of later naar hem was geluisterd, was de wereld misschien een nachtmerrie bespaard gebleven